Ik haat je.
Iedere keer als je wegliep
mij achter liet onuitgesproken
Nu je je echt niet meer omdraait,
laat je woorden verweesd achter
Deze onverteerde resten van machteloosheid
vergisten tot een toxisch gemoed
Ik haat je,
dat je mij het podium hebt gegeven
Alle lichten op mij,
in een uitverkochte lege zaal
Dwingt mij ons repertoire af te draaien
tot de laatste zin
Een exercitie zonder noodzaak
dat nooit applaus zal horen
Ik haat je voor het eenzijdig intrekken van je volmacht
Ben nu recensent van mijn eigen creatie zonder opdrachtgever
Ik haat het meest,
de onmogelijkheid je te haten
Om toch in die lege zaal te blijven,
tot ook de laatste zin is vertrokken